Nieuwe leer- en stagevergoedingen sinds 1 januari 2019

In 2018 boden meer dan 400 ondernemingen in onze sector een leerwerkplek aan in het stelsel leren en werken. In dit stelsel leren jongeren op school én op de werkvloer. Het stelsel leren en werken biedt de mogelijkheid om de capaciteiten en motivatie van de leerling te leren kennen, wat zeer interessant kan zijn met het oog op een eventuele latere aanwerving als werknemer.

Nieuwe leer- en stagevergoedingen sinds 1 januari 2019

Opeenvolgende staatshervormingen hebben de bevoegdheden voor wat betreft “werk” verdeeld tussen de Staat bevoegd voor de werkloosheidsverzekering en het arbeidrecht, de Gemeenschap voor vorming en opleiding en het Gewest voor arbeidsbemiddeling en werklozenbegeleiding.

De gemeenschappen hebben als gevolg van de laatste staatshervorming een quasi exclusieve bevoegdheid gekregen inzake opleiding en vorming, ook met betrekking tot de stelsels alternerend leren en werken en zij maakten van deze overheveling gebruik om aan de stelsels een eigen nieuwe invulling te geven.

Ook de leervergoedingen worden officieel vastgelegd binnen elke gemeenschap. Elke reglementering voorziet in een andere datum om het bedrag van de vergoeding aan te passen zodra de leerling geslaagd is en naar een hoger jaar overstapt en ook andere aanpassingen, o.a. als gevolg van een indexering zijn niet altijd dezelfde. Het valt daarom aan te bevelen om regelmatig na te gaan of de leerling nog steeds de juiste leervergoeding ontvangt.

Hieronder hernemen we bondig de reglementering en vervolledigen we met de huidige barema’s voor de drie gemeenschappen waarvan sommige werden aangepast sinds 1 januari 2019.

De bedragen zijn afhankelijk van het leerjaar en stijgen geleidelijk met de duur van het leertraject.

A. Vlaamse gemeenschap – Vlaanderen en Brussel

1. Wat is een leerovereenkomst?

Een leerovereenkomst is een overeenkomst gesloten tussen een patroon (werkgever) en een leerling(e), waarbij de patroon zich verbindt om gedurende de termijn van de leerovereenkomst (meestal twee tot drie jaar) het beroep aan te leren gedurende vier dagen per week. De leerling(e) verbindt er zich toe de hem/haar opgelegde taken zo goed mogelijk uit te voeren op basis van een erkend opleidingsprogramma en onder begeleiding van de patroon of een medewerker (monitor).

Daarnaast volgt de leerling gedurende een dag per week de lessen in een door SYNTRA-Vlaanderen erkend opleidingscentrum1 (de leertijd) of in een centrum voor deeltijds onderwijs2 (het deeltijds beroepssecundair onderwijs).

Bovenstaande overeenkomst mag niet verward worden met de overeenkomst van alternerende opleiding, “duaal leren” genaamd.

Dit stelsel is door de Vlaamse overheid ingevoerd in 2016 en zal geleidelijk alle leerovereenkomsten vervangen, zie punt 5 hierna.

2. Wie komt als leerling(e) in aanmerking?

In de meeste gevallen volstaat de leeftijdsvoorwaarde 15 jaar en minstens twee jaar secundair onderwijs met vrucht beëindigd hebben om te kunnen starten als leerjongen- of leermeisje. Hierop bestaan echter een aantal uitzonderingen (vb. kleinhandel : min. 16 jaar of 16 jaar worden voor het einde van het lopende jaar).

3. Deze aangelegenheid behoort tot de bevoegdheid van de gemeenschappen

De gemeenschappen hebben van de Staat de bevoegdheid gekregen over de stelsels alternerend leren en werken en vullen deze bevoegdheid op hun eigen manier in. Voor elke gemeenschap bestaat er een andere openbare instelling (SYNTRA-Vlaanderen, IFAPME-SFPME en IAWM voor de leertijd of het deeltijds beroepssecundair onderwijs) en bestaan er verschillende centra voor vorming en opleiding. De leertrajectbegeleiders spelen een centrale rol bij de vorming van leerlingen (in de Franse Gemeenschap toezichtafgevaardigden genoemd). Zij spelen een rol op het vlak van toezicht, controle, bemiddeling en verzoening. Het zijn ook de gemeenschappen die de toepasselijke vergoedingsbarema’s bepalen.

4. Vlaamse Gemeenschap, SYNTRA-Vlaanderen en het deeltijds beroepssecundair onderwijs

Middenstandsleerlingen en stagiairs in het kader van de vorming tot ondernemingshoofd in de Vlaamse Gemeenschap hebben recht op een verhoging van de maandelijkse minimale leervergoeding volgens het opleidingsjaar die ingaat op 1 juli.

Op 1 januari worden de leervergoedingen geïndexeerd (evolutie van het gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen van de maand november die voorafgaat)3. De Vlaamse regering heeft besloten dat de minimumleervergoedingen, met inbegrip van de voordelen in natura, niet hoger mogen liggen dan de kinderbijslaggrens die 551,89 euro bedroeg op 1 september 2018. De vergoeding van het derde jaar werd dan ook begrensd tot dat bedrag. De leervergoeding moet ook verhoogd worden vanaf de eerste dag van de maand waarin de leerling 18 jaar wordt.

4.1. Leervergoedingen voor de leerlingen (voor de lopende overeenkomsten)

Leervergoedingen voor de leerlingen

4.2. Voor stagairs in het kader van de ondernemersopleiding is de vergoeding afhankelijk van het aantal dagen dat de stagiair actief is in het bedrijf ( twee, drie, vier of vijf dagen per week)

Er bestaat slechts één barema voor de stages in de ondernemersopleiding 4:

Voor stagairs in het kader van de ondernemersopleiding

5. Nieuw stelsel alternerend leren en werken in de Vlaamse gemeenschap

De Vlaamse overheid heeft een systeem van alternerende opleiding ingevoerd, “duaal leren” genaamd, met de bedoeling de bestaande overeenkomsten en statuten te harmoniseren6.

Met dat doel werden sinds 1 september 2016 het decreet en de nodige uitvoeringsbesluiten gepubliceerd. Het nieuwe decreet schaft meteen ook de volgende types overeenkomsten af:

  • het (middenstands)leercontract;
  • het industrieel leercontract;
  • de beroepsinlevingsovereenkomst (BIO) (opgelet : de oude beroepsinschakelingsovereenkomsten blijven bestaan);
  • de individuele beroepsopleiding (IBO et IBO-DO) in het kader van het deeltijds secundair beroepsonderwijs (opgelet : de IBO’s en de wachtstages van de VDAB blijven mogelijk);
  • de Alternerend Bouw Opleiding (ABO of BO Bouw).

Deze overeenkomsten worden vervangen door de volgende twee overeenkomsten:

  • de overeenkomst van alternerende opleiding – OAO;
  • de stageovereenkomst alternerende opleiding – SAO.

Er is evenwel voorzien in een overgangsperiode tijdens dewelke de reeds gesloten overeenkomsten blijven lopen tot het einde van de oorspronkelijk afgesproken looptijd.

Overeenkomst van alternerende opleiding of stageovereenkomst ?
De overeenkomst van alternerende opleiding geldt in principe voor de leerlingen die een alternerende opleiding volgen en ten minste 20 u / week tewerkgesteld worden op een reële werkplek. Is de leerling minder dan 20 u / week aan de slag op een echte werkplek, dan moet normaal gezien een stageovereenkomst alternerende opleiding gesloten worden. De gemiddelde tewerkstelling wordt berekend op basis van het schooljaar (van 1 september tot en met 31 augustus), zonder rekening te houden met de vakantie of wettelijke feestdagen.

Op welke vergoeding heeft de leerling recht ?
Het grote verschil tussen de twee soorten overeenkomsten zit in het feit dat het leerbedrijf, ingeval van een alternerende opleiding, een leervergoeding verschuldigd is aan de leerling. Het bedrag van deze vergoeding is gelijk aan een vastgelegd percentage van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI), zoals bepaald voor de werknemers van 18 jaar bij cao,gesloten in de Nationale Arbeidsraad7. Als gevolg van de overschrijding van de spilindex is sinds 1 september 2018 het GGMMI verhoogd tot 1.593,76 euro waardoor de leervergoedingen ook verhoogden.

leervergoedingen

De aanpassing van de vergoeding voltrekt zich bij het begin van het opleidingsjaar, op 1 september 2018.

De stageovereenkomst alternerende opleiding voldoet niet aan de definitie van "alternerende opleiding" volgens de RSZ-wet. Wat concreet betekent dat de leerling binnen een dergelijke contractuele overeenkomst, niet onderworpen is aan sociale zekerheid en daarom geen sociale rechten opbouwt.

B. Franse gemeenschap – Wallonië en Brussel

1. Leerovereenkomsten IFAPME-SFPME

De uitoefening van de bevoegdheid inzake de middenstandsleerlingen wordt voor de Franse Gemeenschap behartigd door enerzijds de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en anderzijds de Franse Gemeenschap zelf in Wallonië. De minimum leervergoedingen zijn dezelfde in Brussel en in Wallonië. De verhoging van de leervergoeding als gevolg van de overgang naar een hoger jaar moet gebeuren op 1 augustus. De vergoedingen worden 1 januari geïndexeerd.

Leerovereenkomsten IFAPME-SFPME

Opgelet : dit type van overeenkomst mag niet worden verward met de alternerende overeenkomst die in 2015 werd ingevoerd in de Franse gemeenschap en beheerd wordt door het Office Francophone de la Formation en Alternance (OFFA). Voor meer details, zie punt 3.

 

2. Stagiairs die een opleiding tot bedrijfsleider volgen

De verhoging van de stagevergoeding als gevolg van de overgang naar een hoger jaar moet gebeuren op 1 augustus. De vergoedingen worden 1 januari geïndexeerd.

De verhoging van de stagevergoeding

3. Alternerend opleidingssysteem in de Franse gemeenschap

Sinds 1 september 2015 is een eenvormige overeenkomst alternerend leren ingevoerd in de Franse gemeenschap8. Deze overeenkomst zorgt voor de harmonisering van de verschillende statuten op het vlak van alternerende opleidingen in Franstalig België (Waals gewest, Franse gemeenschap en Franse gemeenschapscommissie in Brussel).

Meer concreet vervangt het het « middenstandsleercontract van de IFAPME (Institut de Formation en Alternance et des Petites et Moyennes Entreprises), de SFPME (Service Formation Petites et Moyennes Entreprises) en de beroepsinschakelingsovereenkomst (Contrat d’Insertion Socio-Professionnelle - CISP of CEFA-overeenkomst) ». Toch blijven de middenstandsleercontracten van de Franse gemeenschap die gesloten zijn voor 1 september 2015 nog lopen tot aan de voorziene einddatum.

Zo kan ook nog steeds een nieuwe beroepsinschakelingsovereenkomst worden gesloten om het opleidingstraject dat aanving voor 1 september 2015 te voltooien, voor zover de jongere in dezelfde onderneming blijft en zijn opleiding eindigt ten laatste op 31 augustus 2018.

Deze beroepsopleiding combineert een praktijkgerichte opleiding in een werkomgeving met een opleiding bij een operator voor alternerende opleiding voor de algemene en de beroepsgerichte vakken. Deze combinatie wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen:

  • een operator alternerende opleiding,
  • een alternerend leerling,
  • een onderneming.

De alternerende overeenkomst is bestemd voor jongeren van 15 tot 25 jaar. Er gelden tevens minimum voorwaarden inzake het te bereiken niveau op school.

De onderneming van haar kant moet erkend zijn door de opleidingsoperator (CEFA, IFAPME of SFPME) om een alternerende opleidingsovereenkomst te mogen sluiten met een jongere.

Welke vergoeding voor de leerling ?
Met elk competentieniveau (A-B-C) stemt een minimum vergoeding overeen die door de onderneming aan de jongere moet betaald worden en die bij decreet is vastgelegd. Het bedrag van deze vergoeding wordt berekend op basis van het bruto gemiddeld gewaarborgd minimum maandinkomen (GGMMI), geïndexeerd op 1 september 2018:

  • Niveau A : minimum 17% van het GGMMI, hetzij € 270,94;
  • Niveau B : minimum 24% van het GGMMI, hetzij € 382,51;
  • Niveau C : minimum 32% van het GGMMI, hetzij € 510,02.

Deze bedragen zijn minimumbedragen; de ondernemingshoofden mogen aan hun leerlingen hogere bedragen betalen.

 

C. Duitstalige Gemeenschap - IAWM

1. Leerlingen

De verhoging van de minimale leervergoeding als gevolg van de overgang naar een hoger jaar moet gebeuren op 1 juli. De indexatie gebeurt op 1 januari.

De verhoging van de minimale leervergoeding

2. Stagiairs in de ondernemersopleiding

De verhoging van de stagevergoeding

1 Of in een centrum van IFAPME-EFPME voor de Franstalige gemeenschap of van IAWM voor de Duitstalige gemeenschap.
2 Of in één van de Centres d'Education et de Formation en Alternance (CEFA's) in het deeltijds onderwijs verbonden aan een instelling voor voltijds middelbaar onderwijs voor de Franstalige gemeenschap.3 Art. 21 Besl.Vl.Reg. 13 februari 2009 betreffende de leertijd, vermeld in het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijke vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming – Syntra Vlaanderen, BS 19 maart 2009.
4 Afgerond tot twee cijfers na de komma.
5 Vermits er sinds 1 juli 2015 geen stagecontracten van twee dagen per week in het eerste jaar worden gesloten, vervalt de vergoeding voor het eerste stagejaar.
6 Decr.Vl. 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen, BS 17 augustus 2016.7 Art. 9 Besl.Vl.Reg 8 juli 2016 houdende uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen, BS 1 september 2016.8 Art. 29 B.W.Reg. 16 juli 2015 betreffende de alternerende overeenkomst, BS 14 augustus 2015. Art. 11 B.Reg.Fr.Gem. 17 juli 2015 betreffende de overeenkomst voor alternerende opleiding, BS 20 augustus 2015. Art. 30 B. 2015/791 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de overeenkomst inzake alternerende opleiding en het desbetreffende opleidingsplan, zoals voorzien krachtens het akkoord tot samenwerking betreffende de alternerende opleiding van 24 oktober 2008 en gewijzigd bij de aanhangsels van 27 maart en 15 mei 2014, BS 31 augustus 2015.